Hoe riskant is het uitlenen van je personeel?

Werknemers die door hun werkgever worden uitgeleend, mogen door de werkgever niet worden belemmerd als ze na afloop van de uitbesteding bij de opdrachtgever in dienst treden. Dit belemmeringsverbod is in de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (Waadi) vast gelegd. Recent zijn twee belangrijke uitspraken gewezen die aan dit verbod nader uitleg geven.

Hoe riskant is het uitlenen van personeel?Belemmeringsverbod ook voor zzp’er?

Tot voor kort werd aangenomen dat de werkgever alleen de totstandkoming van een “arbeidsovereenkomst” niet mocht belemmeren. Een terbeschikking gestelde werknemer die na afloop van de opdracht als zzp’er bij de opdrachtgever werkzaamheden wil gaan verrichten, zou dan dus wel mogen worden belemmerd. De Hoge Raad heeft echter recent anders geoordeeld. Op grond van de Europese Uitzendrichtlijn die aan de Waadi ten grondslag ligt, is de Waadi van toepassing op “arbeidsverhoudingen”, aldus de Hoge Raad. Van een arbeidsverhouding is sprake als een persoon gedurende een bepaalde tijd voor een ander en onder diens leiding prestaties levert en in ruil daarvoor een vergoeding ontvangt. Deze definitie is veel ruimer dan die van een arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat als een werkgever werknemers ter beschikking stelt, deze werknemers geen belemmeringen in de weg mogen worden gelegd voor de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst, maar ook niet voor de totstandkoming van een arbeidsverhouding met de opdrachtgever. Ook zzp’ers kunnen dus beschermd worden door het belemmeringsverbod.

Alleen voor uitzendkrachten?

Een andere recente uitspraak biedt mogelijk meer perspectief. In deze uitspraak is namelijk overwogen dat uit de Europese Uitzendrichtlijn volgt dat het om succesvol een beroep te kunnen doen op het belemmeringsverbod moet gaan om werknemers die in dienst zijn genomen met het doel om uitgeleend te worden aan opdrachtgevers. Als een werkgever zo nu en dan werknemers ter beschikking stelt van opdrachtgevers hoeft hiervan geen sprake te zijn.

Conclusie

In alle gevallen geldt dat het belang van een goed geformuleerd relatie- en concurrentiebeding met boeteclausule en een weloverwogen keuze om een werknemer al dan niet werkzaamheden te laten verrichten onder leiding en toezicht van de opdrachtgever groot is.

Dit bericht is een bewerking van een eerdere publicatie van
Marion Hagenaars, advocaat bij Cordemeyer & Slager / Advocaten.

Cordemeyer&Slager, LawyersforIT

Scroll Up